Ouwe Luuk

Verhalen van de rafelranden van de werkelijkheid

32. Wie Schrijft Die Blijft

“In 1610 voor Christus zijn alle piramides van Gizeh, inclusief de piramide van Cheops, door een watersnoodramp volledig verwoest.”

De man die dit zei had zelf iets Egyptisch. Dat wil zeggen: hij keek je nooit recht aan, en toch leek hij je vanuit zijn ooghoeken voortdurend in de gaten te houden, zoals de oude Egyptische muurschilderingen.Hij had zich voorgesteld als Antef.

“Dan heb ik vorige zomer wel bijzonder geslaagde reconstructies gezien”, merkte Thomas op. “Misschien moet ik mijn geld terugvragen van het reisbureau.”

“Natuurlijk staan ze er nog.” Antef maakte een wegwuifgebaar. “En het zijn de echte, ook. De verwoesting is—”, hij aarzelde, “ongedaan gemaakt. Ik besef dat ik in raadselen spreek. Misschien kan ik beter het hele verhaal vertellen, met een goed glas erbij.”

Daar had hij ons. Wij zijn verzot op verhalen, en Ouwe Luuk heeft veel glazen, het een nog beter dan het andere.

Astrid stond al aan onze tafel en zette hoge glazen voor ons neer gevuld met een goud-gloeiende vloeistof op een laag wit zand. “Drinken met je ogen dicht”, zei ze erbij.

We dronken met onze ogen dicht. Allemaal? Misschien niet.

Antef leegde zijn glas alsof hij sinds de bloei van het Middenrijk niets gedronken had. Hij wenkte Astrid voor nog een ronde. Terwijl zij die klaarmaakte stak hij van wal.

“Een paar jaar na het begin van de zeventiende dynastie vond een Egyptische klerk een kistje met papyrusrollen. Hoe hij heette? Ik weet het niet, maar laten we hem Seth noemen. Hij zocht een weggelopen schaap, en trof deze aan in een half met zand ondergestoven mastaba; een grafgebouwtje uit nog veel langer vervlogen tijden. Het papyrus bleek onbeschreven, tot vreugde van Seth, want papyrus was kostbaar. Hij besloot het voor eigen gebruik te houden.”

“Ik zie nog geen verwoeste piramides”, merkte Thomas op. De tranen liepen over zijn wangen.

“Jij hebt je ogen niet gesloten toen je dronk”, bitste Hannah.

Het was waar: Thomas had in zijn glas gekeken bij het drinken en was verblind door de gloed van de drank.

“Hoe heet deze drank, Astrid?” riep Hannah in de richting van de toog.

“Ra’s Tranen”, riep Astrid terug.

“Thuisgekomen scherpte Seth zijn pen en zette zich aan zijn schrijftafel om te proberen of het papyrus nog bruikbaar was. Na enig nadenken schreef hij — en dit was uniek, misschien wel het eerste egodocument in de geschiedenis — hij schreef: ‘Ik ben geboren op de dertiende dag van Pharmuti in het tweede regeringsjaar van Sobekemsaf.’”

Thomas trok een wenkbrauw op, maar kneep zijn ogen snel weer toe. Ze waren rood. “Daarnet wist je niet hoe hij heette, en nu weet je zijn verjaardag?” vroeg hij.

Antef zuchtte. “Ik verzin de datum in een poging het verhaal een beetje mooier te kleuren. De belangrijke feiten en grote lijnen zijn zeker, maar veel details zijn onmogelijk te achterhalen. Ik kan ze weglaten, maar dan wordt het een gortdroog relaas.”

Hannah en ik protesteerden en zeiden dat we geen bezwaar hadden tegen ingekleurde details. Thomas bromde wat.

“Over gortdroog gesproken…” hintte Antef. Ik gebaarde naar Astrid.

“Na die openingszin schreef Seth een beknopt overzicht van zijn levensgeschiedenis tot en met het zoekraken van het schaap en het vinden van het papyrus”, vervolgde Antef nadat de glazen gebracht waren. “Daarna was er nog een centimeter over. In een lollige bui vulde hij die met een verslag hoe een wolkbreuk die nacht het dak van de buurman, met wie hij in onmin leefde, zou doen instorten. Dit speelt allemaal, moet je weten, in het droge seizoen.

Die nacht regende het harder dan ooit. Het dak van de buurman begaf het, en de buurman kwam om onder het puin.

Seth was verrast, uiteraard. Aangenaam verrast, maar toch, verrast. Een stil vermoeden, of misschien hoop, kwam bij hem op. Hij besloot de proef op de som te nemen. Hij pakte een nieuwe rol papyrus uit het gevonden kistje, en schreef op hoe de weduwe van de buurman zich tot hem wendde voor ‘troost’. Hij had de buurvrouw al lang begeerd.

Een maand later was hij met haar getrouwd.”

“Mánnen!”, mompelde Hannah.

Antef negeerde de onderbreking. “Seth besefte dat alles wat hij op het gevonden papyrus schreef werkelijkheid werd. (Hij probeerde het ook op ander papyrus, maar daarop werkte het niet.) Hierna ging het hard. In de volgende maanden schreef hij op hoe hij maatschappelijk en sociaal omhoog klom, en zo gebeurde het. Hij schreef dat hij rijkdom verwierf, en hij werd rijk. Hij schreef zijn levensverhaal, niet dat wat gebeurd was, maar zoals hij wilde dat het gebeurde.

Na een jaar was hij farao.

Het was niet allemaal zelfzuchtig. Seth was intelligent en redelijk visionair, en omringde zich met adviseurs en ministers die nog intelligenter en visionairder waren. In zijn regeringsperiode werd de irrigatie van de Nijldelta sterk verbeterd, waardoor de oogsten veel groter waren. Er werden listige werktuigen gebouwd om het zware werk te verlichten. Hij sleepte Egypte uit de bronstijd de ijzertijd in. In het derde jaar van zijn regeringsperiode werd de eerste verbrandingsmotor geconstrueerd, en twee jaar later kwam een enorme dam in de bovenloop van de Nijl gereed. De waterkracht daarvan werd gebruikt voor het opwekken van elektriciteit, eeuwen voordat Grieken begonnen katten over barnsteen te wrijven.”

“Ho, wacht”, interrumpeerde ik. “Ik ben geen geschiedkundige, maar ik weet vrij zeker dat de oude Egyptenaren geen staal, geen verbrandingsmotor, en al zeker geen elektriciteit hadden. Daarvan zouden sporen gevonden zijn, en het zou opgetekend zijn in de annalen. Dit is allemaal niet gebeurd.”

Antef knikte, schuldbewust. “En het zijn geen details om het verhaal te kleuren. Je hebt gelijk, het is niet gebeurd. Maar tijdens het leven en de regeringsperiode van Seth gebeurde het wél.”

In verwarring gebracht bestelden we nog een rondje Ra’s Tranen. Het hielp ons te accepteren dat niet-gebeurde dingen hadden plaatsgevonden.

“Zie je,” legde Antef uit, “tegen het einde van zijn regeringsperiode was het papyrus opgeraakt. Hij was heel zuinig geweest op de laatste rol, maar telkens weer was het nodig geweest om de werkelijkheid nét dat zetje te geven om het in de goede (door Seth gewenste) richting te laten gaan. Toen alle papyrus eenmaal volgeschreven was kon hij alleen maar hopen dat het rijk dat hij had opgezet, met alle vooruitgang die het gemaakt had, zichzelf zou redden. Waarschijnlijk zou dat ook gebeurd zijn, want hij was een verstandige planner.

Natuurlijk gingen er dingetjes mis, en liep niet alles zoals gepland. Maar over het geheel genomen liep het rijk goed, zonder verder ingrijpen in de werkelijkheid.

Tot, na een seizoen van overvloedige regenval stroomopwaarts, de dam brak. De gevolgen waren rampzalig. De vloedgolf trok een spoor van vernieling door de Nijldelta. Met elke mijl die het water aflegde, voerde het meer puin mee en leidde het tot nog meer verwoesting stroomafwaarts. Toen men de balans opmaakte was een aanzienlijk deel van de bevolking omgekomen. Alle infrastructuur was verwoest. De oogst was verloren gegaan, meegespoeld naar zee. Een hongersnood was onafwendbaar. En ja, ook de piramides van Gizeh waren vernietigd. Ten tijde van de ramp was de farao in een tempel die verder de woestijn in lag, om de religieuze rituelen uit te voeren die tot zijn taak behoorden. Hij overleefde. Bij zijn terugkeer bleken zijn vrouw en kinderen te zijn omgekomen.”

“Ook zo’n ramp zou opgeschreven zijn, en we zouden ervan weten”, mopperde ik. Van Hannah kreeg ik een vuile blik wegens mijn ongevoelige onderbreking van de tragedie. Antef ging onverstoorbaar door.

“Wat doet een man die zijn levenswerk vernietigd ziet? Die alles wat hij lief had verloren heeft? Die beseft in welke rampspoed zijn volk gestort is door zijn voortvarendheid?

Juist: Die man wenst dat hij nooit geboren was.

Toen na drie dagen de volle omvang van de ramp duidelijk was, pakte hij het kistje met papyrusrollen en opende het. Hij zocht de eerste rol en rolde hem uit. Hij nam een schrapmesje, en schrapte de eerste zin die hij op die rol geschreven had: de zin die van zijn geboorte verhaalde.

De rest is geschiedenis, of beter, géén geschiedenis. Seth is nooit geboren. Hij heeft het magische papyrus nooit gevonden, is nooit farao geworden, en heeft Egypte niet geëlektrificeerd. En de piramides zijn niet verwoest.”

We waren even stil om dit te laten bezinken en onze glazen te legen.

“Je bent wel erg goed op de hoogte van dingen die niet voorgevallen zijn”, merkte Hannah voorzichtig op.

“Een gebeurtenis laat een echo achter”, verklaarde Antef. “Die echo is nog waarneembaar als het voorval on-gebeurd wordt, voor mensen met gevoelige zintuigen. En kijk…”

Antef reikte onder zijn stoel en zette een zwaar-uitziend kistje op de tafel.

“Ik vond een kistje papyrus waar die echo heel sterk omheen hing. Eerste kwaliteit papyrus, onbeschreven. Misschien kan ik een van jullie hiervoor interesseren: het is te koop.”

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2020 Ouwe Luuk

Thema door Anders Norén