Ouwe Luuk

Verhalen van de rafelranden van de werkelijkheid

21. Geschiedenis Schrijven

Ik heb het druk.

Ik moet de wereld redden. Nou ja, dit stukje van de wereld dan. Als je wilt luisteren zal ik je vertellen hoe, en waarvan. Als je niet wilt luisteren doe ik het toch. Dat moet ik nou eenmaal, om de wereld te redden.

Ja ja, dit stukje ervan.

Vrijdagavond twee weken geleden, in de kroeg van Ouwe Luuk. Half tien ‘s avonds. De tijd is belangrijk. Tijd is altijd belangrijk.

Onderweg naar Ouwe Luuks kroeg schoot een krantenverkoper mee aan.

“Waarom trok Napoleon op naar Moskou terwijl hij wist welk risico hij nam?” vroeg hij. “En waarom maakte Hitler ongeveer dezelfde fout?”

Ik dacht: een krantenverkoper op deze tijd?

Rond onze stamtafel zaten Fred, Johan, Micheal en ik. Heb ik ze al eens voorgesteld? Johan is de wetenschapper onder ons; Micheal, oprichter en enige medewerker van het Creatorium, is het gestoorde genie. (Ssst! Laat hem dat “gestoorde” niet horen!) Wat Fred doet weet eigenlijk niemand, behalve dat het in een mortuarium gebeurt. Ik probeer, naast andere bezigheden, te schrijven — tot dusverre met weinig succes.

Ouwe Luuk nam de volgende ronde op, en vroeg: “Wie vertelde Balthasar Gerards waar hij Willem van Oranje vinden kon? Wie verschafte hem het pistool?”

De avond en de alcoholinname waren nog niet zover gevorderd dat de echt sterke verhalen op tafel kwamen. Wel had Micheal zich met twee biertjes voldoende moed ingedronken om zijn nieuwe project uit de doeken te doen.

“Het is eigenlijk al af”, zei hij niet zonder trots. “Ik heb hem zelfs bij me.”

Hij haalde iets onder tafel vandaan en zette het erop. Het was een ding bestaande uit een aantal bollen met een metalen glans. Sommige waren met dunne staven aan andere verbonden, enkele andere bollen waren half met elkaar versmolten. Ik zag zo snel minstens één bol die nergens aan vast zat maar keurig op zijn plaats bleef zweven, halverwege het apparaat. Het hele ding was grofweg piramidevormig (maar onregelmatig) met een grondvlak van twintig bij twintig centimeter. Hier en daar stak er een draadje uit.

Een man die een tafeltje verderop achter een glas sterke drank zat keek geïntereseerd op.

“Maar,” sprak Johan gewichtig, “wat ís het?”

“Niet lachen,” antwoordde Micheal. “Het is een tijdmachine.”

We lachten niet. Micheal heeft wel vreemdere dingen gemaakt.

“Handig, zo’n ding”, merkte Fred op. “Mag mijn vriendin die een keer lenen? Dan kan ze wat meer tijd voor me maken.”

“Kijk,” vervolgde Micheal, “ik wil graag weten hoe dingen onstonden. Gebeurden. Daar draait het Creatorium om. En er zijn een hoop manieren om daar achter te komen, maar gaan kijken is het simpelst. Dus ik dacht: ‘laat ik eens een apparaat maken waarmee ik in het verleden kan gaan kijken.’ Dat is deze dus.”

De man van het volgende tafeltje was bij het onze komen staan, glas in de hand.

“Het spijt me”, zei hij. “maar dat ding werkt niet.”

“Het is natuurlijk nog maar een prototype”, verdedigde Micheal zijn vinding. “Het gaat niet verder terug dan vorige week, en verplaatst slechts één persoon tegelijk. Hij werkt tenslotte op maar twee batterijen. Hij doet het echter wel degelijk, en bewijst dat het mogelijk is in de tijd te reizen. Ik hoef alleen maar een grotere versie te maken en dan kan ik…”

“Dan kun je warme worstjes gaan verkopen op Golgotha,” grinnikte de man. “Je staat er versteld van hoe druk het daar is met tijdtoeristen. Grapje.”

Dat laatste was in reactie op een boze blik van Micheal.

“Mag ik?” Zonder op antwoord te wachten schoof de man een stoel bij en ging zitten.

“Waarom denk je dat mijn tijdmachine niet werkt?” vroeg Micheal, nu nieuwsgierig. “Ik had eerder verwacht dat je zou zeggen dat tijdreizen niet kan.”

“Tijdreizen kan wel degelijk,” antwoordde de man. “Maar jij bent vergeten om de quasicorrelator te koppelen aan de flubberquotiënt, waardoor het valse entropieniveau ineenstort tot een naakte singulariteit.”

(Dit zei hij niet echt. Hij gebruikte andere, moeilijker woorden die ik niet begreep, maar die ongeveer zo klonken.)

Micheal begreep ze duidelijk wel, want hij werd bleek en zei:

“Jij komt dus uit de toekomst…”

“Correct. Agent Smith van de ruimtetijdpatrouille, dertigste eeuw, tot uw dienst.”

Astrid voelt altijd haarfijn aan wanneer we meer drank konden gebruiken en kwam de bestelling opnemen. Wel vond ik het vreemd dat ze ons vroeg: “Wie veranderde de baan van de asteroïde die de dinosauriërs uitroeide? En waarom?”

“Daar heb ik over gelezen!” zei Fred enthousiast. “Dat is zo’n instantie die de tijd bewaakt en zorgt dat mensen niet met de tijdlijn en de oorzakelijkheid knoeien. Toch?”

Agent Smith glimlachte.

“Warm, maar niet helemaal. Feitelijk zijn wij degenen die voortdurend met de tijd knoeien. Zie je — wij zorgen ervoor dat de dingen gebeuren zoals ze in de geschiedenisboeken opgeschreven staan.”

“Eh, moet dat niet andersom zijn?” vroeg ik bedremmeld. “Zouden de geschiedenisboeken niet moeten opschrijven wat er werkelijk gebeurd is?”

“Onze manier is eenvoudiger. Bovendien, de opgeschreven geschiedenis heeft de neiging om beter te kloppen met de wereld zoals hij is. De historie verklaart het heden. Zorgen dat de gebeurtenissen kloppen met zoals ze opgeschreven zijn zorgt voor consistentie.”

“Dan moet je de geschiedenis veranderen telkens als de historici er een andere kijk op krijgen en de boeken herschrijven”, merkte Johan op.

“Correct. Wat dat betreft hebben de afgelopen eeuwen ons aardig bezig gehouden. Je wilt niet weten hoe vaak Duitsland de oorlog heeft gewonnen en weer verloren.”

Johan mompelde zachtjes voor zich uit: “Wie veroorzaakte de ondergang van het internationale systeem aan het einde van de Late Bronstijd? Iedereen had baat bij de dingen zoals ze toen geregeld waren.” Toen schudde hij zijn hoofd alsof hij zich afvroeg waarom hij dat zei.

Agent Smith ging er eens goed voor zitten.

“Columbus zou nooit naar het westen zijn gereisd om Indië te bereiken als zijn informatie over de omtrek van de aarde correct was. Het was ons agentschap dat, omdat de ontdekking van Amerika door Columbus in alle geschiedenisboeken staat, de onderliggende documenten vervalste.

De Romeinen lieten de tot kruisiging veroordeelden slechts de dwarsbalk van hun kruis dragen. Jezus droeg zijn hele kruis omdat de vier Evangelisten dat schrijven. Ik heb persoonlijk Pilatus tot deze verzwaring overreed.”

Hij klonk nu werkelijk opschepperig.

“Was het de CIA of was het Oswald die Kennedy doodschoot? Dat de president vermoord is staat geschreven, dat wij het waren weten maar weinigen. Ach, wat had ik graag zelf de trekker overgehaald!

Ik kan zo nog wel even doorgaan.”

“Jullie veranderen dus de geschiedenis om te kloppen met de opgeschreven historie?” vroeg ik nogmaals, voor de zekerheid.

“Inderdaad. ‘De overwinnaar schrijft de geschiedenis.’ Die uitdrukking ken je vast wel. Het is sterker: door het verhaal van zijn overwinning te schrijven zorgt hij dat hij de overwinnaar is. Wij maken de geschreven geschiedenis werkelijkheid.”

We waren even stil.

“Je bent hier vast niet toevallig.” Micheal klonk bezorgd.

“Het spijt me, nee.” Agent Smith haalde iets uit zijn zak.

“Het staat geschreven dat de eerste poging om een tijdmachine in werking te stellen — hier en nu dus — een rampzalige quantumfaseverschuiving veroorzaakte van alle materie binnen een straal van drie kilometer. De energieontlading die hiermee gepaard ging deed het grootste deel van Europa letterlijk verdampen. Het verlies aan mensenlevens was onvoorstelbaar en tragisch maar, helaas, ook onvermijdelijk.”

“Dat kan niet eens met dit apparaat”, protesteerde Micheal. “Daarvoor heeft het te weinig energie en bovendien werkt het op een heel ander principe.”

“Wederom helemaal correct”, stemde Agent Smith in. “Het staat echter geschreven, en dus ben ik hier om te zorgen dat het werkelijk gebeurt.”

Hij zette een klein zwart doosje op tafel. Er zat een grote witte knop op.

“Dit is een vernuftig apparaatje. Het is een combinatie van een tijdmachine en een beschermingsveld dat mij helemaal omsluit. Het beschermingsveld is ondoordringbaar voor alle technologie tot en met de vierentwintigste eeuw. Ja, probeer maar.”

Johan had al geprobeerd het apparaat te pakken, en Fred wilde Smith in een houdgreep nemen. Beiden slaagden er niet in binnen een halve meter van hun doel te komen voor ze werden weggestoten door een onzichtbare kracht.

Smith ging onverstoorbaar verder. “Straks druk ik deze knop in en word ik teruggestuurd naar mijn eigen tijd. Het apparaat bevat echter een kleine, zorgvuldig uitgerekende fout in de corrigerende parameters, waardoor een enorme hoeveelheid tijd- en bewegingsenergie zal vrijkomen binnen dit beschermingsveld. Die houdt dat ongeveer drie milliseconden tegen om dan te ontploffen. Ik ben even kwijt hoeveel equivalente waterstofbommen dat zijn, maar Europa zal ophouden een werelddeel te zijn.”

Hij streelde plagerig met zijn vinger over de knop. Ik realiseerde me dat ik hem niet erg mocht.

Terwijl Johan en Micheal trachtten hem over te halen zijn plannen te herzien, zag ik een nieuwe vreemdeling de kroeg binnen stappen. Hij keek even rond, zag ons zitten, en liep naar ons toe.

“Smith?” vroeg hij.

Agent Smith keek op. “Hee Jones. Wat doe jij hier? Ze hebben mij op deze klus gezet.”

“Sorry Smith, de plannen zijn gewijzigd.” Jones haalde een zwart staafje uit zijn jaszak en richtte deze op Smith. Een groene straal (waarom altijd groen?) drong het beschermingsveld binnen en verdampte Smith en zijn apparaatje in een oogwenk.

Nog voor we goed en wel beseften wat er gebeurd was zei de nieuwe vreemdeling:

“Excuses voor het ongemak. Er is weer een historische revisie geweest. Het eerste experiment met een tijdmachine mislukte, maar zonder grote gevolgen. Zo staat geschreven, dus zo is het gebeurd.”

Hij wendde zich tot mij. “U bent de schrijver hier, heb ik me laten vertellen. Ik denk dat u wel weet wat u te doen staat.”

Ik knikte stom, waarna de man zich omdraaide en vertrok.

We zetten wat ramen tegen elkaar open om de rook van het gedesintegreerde lichaam van Smith te verdrijven. Micheal stelde voor om nog een rondje te nemen op de goede afloop. Deze mannen laten zich niet makkelijk uit het veld slaan.

Ik verontschuldigde me en ging naar huis. Dit was namelijk nog niet helemaal afgelopen, en er was veel werk te doen. Nu schrijf ik op hoe de wereld werd gered en niet verging (nou ja, dit stukje van de wereld dan). Met wat geluk wordt het geschiedenis en zorgt het daarvoor.

Lees dit, geloof het, en verspreid het. Je leven hangt ervan af.

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 Ouwe Luuk

Thema door Anders Norén