Ouwe Luuk

Verhalen van de rafelranden van de werkelijkheid

15. Sims

Johan had beloofd een gast mee te nemen, een “rare gast” zoals hij zelf zei, dus waren we die vrijdagavond ruim op tijd bij Ouwe Luuk.

“Het is een theoretisch fysicus,” had Johan verteld.

“Althans, dat was hij tot hij een paar hele vreemde ideeën kreeg en door de rest van de wetenschappelijke wereld werd uitgekotst. Je zult nog wel horen waarom.”

Johan werkte voor een wetenschappelijk instituut waarvan niemand goed wist wat er gebeurde. Er kwamen daar wel vaker schimmige onderzoekers op bezoek.

Na een kwartiertje wachten verscheen Johan met zijn gast, die zich als Nick voorstelde. We spraken wat over koetjes en kalfjes terwijl de bestelling opgenomen en gebracht werd. Nick, die zag hoe John de serveerster Astrid nakeek zei: “Doe geen moeite. Ze is toch niet echt.”

Johan grinnikte. “Vertel het ze maar, Nick. Vertel maar waarom je van de universiteit bent getrapt.”

Nick keek hem vuil aan maar stak toch van wal. Wij gingen er eens goed voor zitten.

“Je kent het spel De Sims? Dat spel simuleert een wereld met mensen erin. Op dezelfde manier gebruiken natuurkundigen tegenwoordig supercomputers om stukjes van het universum na te bootsen. Het gaat om heel kleine stukjes en om heel korte tijdspannes. Maar naarmate computers krachtiger worden kan dat uitgebreid worden: grotere gebieden over langere perioden. Theoretisch is het mogelijk een compleet universum te simuleren in een computer. Enkele heldere geesten hebben vervolgens de conclusie getrokken dat het mogelijk is dat we momenteel in een simulatie leven. Dat ons universum niet echt is, maar een model in een computer.”

Johan wierp tegen: “Het universum kan toch geen computer bevatten die groot genoeg is om het universum te simuleren? Hij zou zichzelf moeten simuleren!”

“Zo’n computer simuleert niet zijn eigen universum,” antwoordde Nick geduldig, “maar een ander.”

“Wij zouden in een simulatie leven?” vroeg Laurent ongelovig. “Ik voel me anders echt genoeg.”

“Zoals iedere brave Sim,” zei Nick. “Ik zeg ook niet dat het zo is. Maar als het zo was zou je het verschil niet weten.”

“Maar geloof het of niet: het is een mogelijkheid die serieus wordt overwogen. Er worden experimenten ontworpen om te bepalen of het zo is, of we in een echt universum leven of in een simulatie. Ik was zelf actief op dat gebied. Collega’s van me gaan er bijvoorbeeld vanuit dat de berekeningen op een vast rooster plaatsvinden. Dat zou impliceren dat bepaalde straling een voorkeursrichting heeft – en dat is te meten. Ik zocht het zelf in een andere richting. Mijn uitgangspunt is dat als dit universum op een computer wordt gesimuleerd deze computer een eindige grootte heeft, en dus een eindige nauwkeurigheid.”

“En, leverde dat wat op?” vroeg Laurent.

“Let op. Jullie weten dat fysica op de allerkleinste schaal wordt beheerst door toeval? Quantumprocessen worden beschreven in termen van waarschijnlijkheid. Daarnaast zit de natuurkunde vol met symmetrieën: processen blijven hetzelfde als ze gespiegeld worden, als het teken van lading wordt omgewisseld, zelfs als de tijd wordt omgedraaid. Behalve dan dat het in heel enkele gevallen niet gebeurt: dat heet dan een symmetriebreuk. Ik kon deze symmetriebreuk verklaren en dat kostte me mijn baan.”

“Dat lijkt me niet logisch,” zei Laurent. “Klinkt eerder als een Nobelprijs of zo.”

Johan grinnikte. “Het waren ook meer de conclusies die hij eraan verbond die kwaad bloed zetten.”

“Ik doe mijn eigen verhaal wel, dank u beleefd,” bitste Nick.

“Denk aan willekeurige gebeurtenissen op quantumniveau”, ging hij verder. “In een simulatie heb je daarvoor een toevalsgenerator nodig, een proces dat willekeurige getallen genereert. Ik kon symmetriebreuken verklaren door aan te nemen dat dit universum inderdaad een simulatie is, en dat de toevalsgenerator niet goed werkt.”

Toen wij niet-begrijpend keken verduidelijkte Johan: “Wat slecht viel bij het universiteitsbestuur is niet dat Nick beweerde dat het universum werd gesimuleerd — maar dat het een simulatie van slechte kwaliteit is.”

We begonnen een beetje te lachen, maar Nick viel in:

“Precies. En toen ik wist waar ik moest kijken vond ik meer dingen. Te extreem energierijke kosmische straling? Afrondfouten. Vacuumcatastrofe? Onvoldoende cijfers achter de komma.”

Dit was allemaal te technisch voor mij, maar ik zag dat Johan het begreep.

“Dat soort fouten zou je toch niet verwachten van een hoog-geavanceerde beschaving die hele universa kan simuleren?” vroeg Laurent.

“Nee, inderdaad.” antwoordde Nick. “De simulatiesoftware is matig, en de hardware is gammel. Ik vertrouw ook het operating system niet. Dit universum is geen belangrijk project van wetenschappers die het beste inzetten wat ze hebben. Wij”, Nick maakte een gebaar dat ons allemaal omvatte, “wij worden gesimuleerd, wij bestaan, wij léven in het equivalent van de hobby-computer van een scholier.”

We schoten in de lach. We werden beetgenomen, beseften we.

Nick ging verder. “Wat erger is: ik merk dat de fouten langzaam maar zeker groter worden, en vaker voorkomen. Het systeem wordt steeds zwaarder belast, of er is een hardware-storing. Ik verwacht eigenlijk dat het een keer mis gaat, misschien bin—” Hij viel plotseling stil en werd bleek.

“Kijk…” zei hij, en wees door het raam naar buiten. Daar was de zwarte nachthemel vervangen door een effen marineblauwe achtergrond. Enorme witte letters leken in de lucht te zweven.

Net voordat alles ophield las ik: “*** STOP 0x0000001E (0xC0000005, …”

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 Ouwe Luuk

Thema door Anders Norén