Ouwe Luuk

Verhalen van de rafelranden van de werkelijkheid

8. Klippen

Het was een drukke avond, afgelopen vrijdag bij ouwe Luuk. Veel nieuwe gezichten; gezichten die we waarschijnlijk niet nog eens zouden zien: zeelieden met verlof maar op doorreis.

Ik vraag me altijd af hoe ouwe Luuk zoveel zeelui onder zijn klanten telt, gegeven dat zijn kroeg zeventig kilometer van zee ligt.

De anderen zaten aan de pils, maar ik dronk port, wat ‘haven’ betekent. We waren met zijn vieren. Laurent, Johan, John en ik. We speelden Vier-in-het-Graf met ongemerkte kaarten. Het brengt ongeluk als je dat met gemerkte kaarten speelt.

Ik stond op het punt deze ronde te winnen, en lette daardoor niet goed op wie er binnenkwam. Toen iedereen stilviel keek ook ik echter op.

Ieders ogen waren gericht op de schoonheid bij de deur. Ze was jong, midden twintig. Een aangenaam, regelmatig gezicht met een klassieke neus. Sommigen zouden die misschien te groot vinden. Steil zwart haar in een bob. Een goed gevormd (maar niet overdreven) lijf in een nauwsluitende rode jurk tot op de grond. Donkere, bijna zwarte ogen. Vuurrode lippen. Ze stond stil voor de geopende deur, afstekend tegen het donker buiten alsof ze gloeide.

Ze keek op haar gemak rond, zelfverzekerd, en gaf zo iedereen de kans haar goed te bekijken.

Toen viel haar oog op ons groepje. Een lach brak door op haar gezicht en ze trippelde onze kant op.

De deur sloeg dicht op hetzelfde moment dat ik de hartenvrouw uit mijn handen liet vallen. We zaten als betoverd, zeker mijn maten die allen jonger waren dan ik. Bijna ademloos wachtten we tot ze bij onze tafel was en met een koket lachje ging zitten. Monkelend keek ze John aan en maakte een vragend geluidje. Hij kleurde, wenkte Astrid, en stotterend bestelde hij voor de jongedame. Astrid nam de bestelling op met een zure blik op onze gaste.

John zou de eerste zijn.

Met haar glas voor zich gebaarde de jongedame ons door te spelen. Ze sprak niet, maar neuriede wat voor zich uit. Haar ogen kraalden en haar lach verwarde ons. Aarzelend speelden we verder, ongeconcentreerd.

Na een paar rondes — ik weet niet meer wie won, en de score werd niet meer bijgehouden — richtte ze haar aandacht meer op John. Meer lachjes, knipoogjes, koerende geluidjes. John kreeg het duidelijk warm.

Ze stond op en ging achter hem staan, sloeg haar armen om zijn nek, legde haar hoofd langs het zijne en begon in zijn oor te neuriën. Zachtjes, maar langzaam luider. Meer melodie ook dan daarnet. En woordeloos. Althans, geen woorden die wij verstonden.

John zat als verstijfd. Het spel lag stil terwijl wij verbijsterd toekeken.

De zangeres maakte haar armen los, richtte zich op en liep van de tafel weg, nog steeds met die eigenaardig trippelende gang. Ze ging door met neuriën en lachen naar John. Hij stond op, en liep wezenloos achter haar aan. Wankelend.

We keken ze met open mond na, terwijl ze trap naar de kelder afliepen.

Na een minuut of wat waren we weer een beetje bij onze positieven, dronken onze glazen leeg, en bespraken hoe makkelijk John voor vrouwen viel. En maakten natuurlijk grappen over wat wij dachten dat ze nu mee bezig waren.

Een volgende ronde drank kwam langs.

En tot onze verbazing, misschien zelfs schrik, kwam ook de verleidster weer langs. Ze ging bij ons aan tafel zitten of er niets gebeurd was. Wederom gebaarde ze ons, neuriënd, door te gaan met waar we mee bezig waren. We hervatten het spel, met nog minder concentratie dan voorheen. Gelukkig kun je Vier-in-het-Graf ook met zijn drieën spelen. Geen van ons wilde de jongedame vragen mee te doen.

Johan was de volgende. En hij viel nog sneller. Een paar blikken, een aanraking van de hand, een half-geopende mond, wat vragende melodieën van haar stem… Ook hij volgde haar naar de kelder.

Laurent en ik keken elkaar eens aan, en namen peinzend nog een slok.

En we waren niet verbaasd toen de zangeres minuten later weer opdook. En bij ons aanschoof.

Laurent werd wel zenuwachtig, en terecht.

Hij was de volgende. Ik moet toegeven dat hij dapper weerstand bood. Haar verleidingskunsten hadden tien minuten nodig om hem van zijn stoel te krijgen, en hij volgde haar pas toen zij hem bij de hand nam.

Ik bestelde nog een port terwijl ik op haar terugkomst wachtte. Ik was benieuwd hoe het zou zijn.

Ze kwam terug. Ze nam niet meer de moeite om aan te schuiven en te doen alsof zo voor iets anders kwam.

Haar armen om mijn hals. Haar neus in mijn oor.

Ik bedacht me dat haar neus haar wel een havikachtig vookomen gaf.

Ik voelde haar adem in mij oor stromen, haar hals trillen tegen mijn wang op de maat van haar geneurie.

Ze had nog geen woord gesproken, realiseerde ik me.

Haar lach werd aarzelend, verbaasd, toen ik na enkele minuten van haar avances nog niet reageerde. Ze ging uiteindelijk zelfs op schoot zitten. Haar geneurie werd blijkbaar luid genoeg dat mannen aan omliggende tafels onrustig werden. Ik bleef stoïcijns zitten, maar genoot stiekem van haar warme nabijheid en aanrakingen.

Uiteindelijk gaf ze het op. Verward, boos. Haast in tranen liep ze naar buiten.

Ik zuchtte, zette mijn gehoorapparaat weer aan, en dronk mijn glas leeg. Ik moest mijn maten maar eens gaan zoeken in de kelder.

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 Ouwe Luuk

Thema door Anders Norén